Czytaj książkę: «Dominica»
H. van Kol
Dominica

Gepubliceerd door Good Press, 2022
EAN 4064066311421
Inhoudsopgave
Omslag
Titelblad
In de hoofdplaats.
De laatsten der Caraïben .

Panorama van Roseau op Dominica, met den botanischen tuin.
Ondanks zijn vruchtbare valleien, waar in vroeger eeuwen de Franschen suiker- en indigoplantages, oranjeboschjes en ananastuinen hadden aangelegd, ligt dit meest bergachtige van alle Antillen nog grootendeels woest. Van de 77,800 hectaren zijn heden nog wel 71,000 onbebouwd, trots overvloed van water en bijna overal beplantbare berghellingen. Ongeveer de helft der braakliggende gronden zijn “Crown lands”, behooren dus tot het domein.2
Het klimaat is er vochtig en niet zeer gezond, doch zeer vruchtbaar; en op de met wouden bedekte bergen vindt men vele waardevolle houtsoorten. Toch verkeert dit door de natuur zoo rijk begiftigde eiland in een zeer achterlijken toestand, al is alom verbetering merkbaar. Het heeft den vorm eener cacaovrucht, met hooge bergen aan de noordpunt, en heuvels die nu eens steil uit zee oprijzen, dan weer geleidelijk zich verheffen en aldus kleine vlakten vormen, waarvan de Layou-flats in het zuiden de rijkste wouden bevatten.
Reeds uit de verte ziet men de door vuur gespleten toppen van hooge bergen3 met forsche lijnen oprijzen uit den blauwsten aller oceanen, waarvan sommige nog rook, andere zwavel uitstooten, of wel warme bronnen of petroleumpoelen bevatten, of een kokend meer omsluiten. Van het centrale gebergte, dat den ruggegraat van Dominica vormt, en twee uitloopers heeft naar het oosten en het westen, stroomen meer dan 360 rivieren en beken naar beneden, vele met een snelheid die heel wat beweegkracht zou kunnen uitoefenen; een dorre streek wordt dan ook nergens aangetroffen. De machtige adem van den noordoostpassaat doet de kruinen der woudreuzen wuiven, hun takken kraken en hun stammen trillen in deze echt West-Indische wildernis. Orkanen zijn er niet zeldzaam; aardbevingen en stormvloeden kwamen er meermalen voor. Ondanks een regenval van 2540–3800 m.M. mag het klimaat, dank zij een gelijkmatige temperatuur en zijn koele nachten, aangenaam heeten; ook de poreuze bodem van vulkanische formatie werkt daartoe mede.
Op dit eiland (niet te verwarren met San Domingo waar twee Neger-Republieken worden gevonden), dat zijn naam ontleende aan den Zondag van het jaar 1493 (3 November) waarop Columbus het ontdekte, zette ik 17 April 1903 voet aan wal om er tamelijk lang te verblijven.
In de hoofdplaats.
Inhoudsopgave
Roseau met 5000, en Portland aan de Prince Rupert-baai met niet meer dan 1500 inwoners, zijn de eenige steden van Dominica. Beide hebben een goede haven, doch te Roseau moeten de schepen een paar honderd meter van het strand verwijderd blijven. De indruk der stad is door haar ongeplaveide of wel ongelijke straten en haar vele vuile Negerwoningen niet gunstig te noemen, toch is er heel wat te zien en te leeren, waarvan ik een ruim gebruik maakte.
Een der meest interessante plaatsen in elk ons vreemd land is steeds het marktplein, waar men de bevolking kan waarnemen in haar natuurlijke gedaante, studiën kan maken over het volkskarakter, en een overzicht krijgen van de voortbrengselen van den bodem en den rijkdom van het land. Men ziet daar de inboorlingen niet op hun Zondagsch gekleed, doch in hun werkpak; de gezichten niet op zijn kerksch, doch in hun ware uitdrukking. Te Roseau werd de markt gehouden op een vierkant plein vlak bij zee gelegen, goed geplaveid, omringd door winkels en beschaduwd door het breede lommer van groote boomen. Voortdurend kwamen daar aangewandeld tal van vrouwen, jonge en oude, die bij zonsopgang waren vertrokken uit haar huizen, om met zware lasten op het hoofd hier haar waren te komen venten. Velen hadden 8 tot 15 kilometer afgelegd om visch en gevogelte, fruit en brood, yams en bataten, oranje-appelen, limmetjes en bananen hierheen te brengen, en nog laat in den nacht kwam men langs de buitenwegen deze Negerinnen tegen, beladen met tarwe, zout, gedroogde visch en olie, die zij hadden ingeruild. Ofschoon vrij rumoerig, ging er alles ordelijk toe en het was opmerkelijk welke vroolijkheid daar heerschte; een treurig gelaat was er nergens te zien. De vrouwen hadden er de overgroote meerderheid, en wat er van mannen rondslenterde, leek niet veel bijzonders te zijn. Het geheel was een levendig en opgewekt tafereeltje.
Ook de verschillende Kerken zijn door mij terloops bezocht, en ik woonde een godsdienstige plechtigheid bij in de Roomsch-Katholieke kerk, in die der Methodisten, en in de English Church, de eenige waar de blanken streng waren gescheiden van de zwarten. Met den Bisschop van Dominica, Monseigneur Schelfhout, maakte ik kennis, en ontmoette in hem het type van den goedhartigen Vlaming, die verheugd was eens Hollandsch te kunnen spreken, en die mij zeer hartelijk ontving. In zijn kerk wordt meestal in het Fransch gepreekt.
Een ander middel om een blik te werpen in het volksleven, is het bezoek der Rechtbanken; in dit geval kan men daar den practischen aard der Engelschen bewonderen. Om negen uur stond ik voor de Magistrate Court, waarvan de deuren nog gesloten waren. Eensklaps treedt een forsche politie-agent naar buiten, en roept met zware stem allen op ter rechtzitting die klachten hadden in te brengen, “all complaints will be heard” (alle klachten zullen worden gehoord), en hij eindigde met een: “God save the King!”
Dadelijk stroomde alles naar binnen; de Magistraat was daar plechtig alleen op zijn rechterstoel gezeten in een afgesloten ruimte, waar mij welwillend een plaatsje werd afgestaan. Het was een soort kooi waarin wij zaten, en daarvoor waren drie hokken aangebracht, waarin de getuigen en de beschuldigden hun verklaringen moesten komen afleggen. Op een tafeltje daarnaast lagen twee bijbels, een voor de Roomschen en een voor de Protestanten, en in plaats van den eed af te leggen, moesten deze boeken worden gekust. Het oude gebouw, dat meer op een pakhuis geleek, had kale witte muren, vuile balustrades, en was geheel gevuld met belangstellenden en nieuwsgierigen, die van zoo'n zitting een pretje maakten. Elke klager moest eerst een shilling storten eer zijn klacht werd aangehoord,—een eisch die ten doel heeft de klaag- en proceszucht der inwoners wat te temperen.
De eerste die verscheen was een dame, eigenares van een magazijn, die een klacht kwam inbrengen tegen twee prostituées, een Mulattin en een Negerin, die haar steeds vervolgden en met geweld hadden bedreigd. De Europeesche mocht gaan staan vóór de balustrade, de Inlandschen stonden er achter; alle drie gaven een kort verhaal van het gebeurde. De uitspraak viel onmiddellijk en luidde: het storten van 25 dollars garantie, die zouden worden teruggegeven als in drie maanden geen nieuwe plagerij aan het adres der tokodame plaats had, doch anders zouden worden verbeurd verklaard. Op staanden voet werd deze som door de Mulattin gestort.
Darmowy fragment się skończył.