Czytaj książkę: «Mythen en Legenden van Egypte»
Lewis Spence
Mythen en Legenden van Egypte

Gepubliceerd door Good Press, 2022
EAN 4064066066444
Inhoudsopgave
Voorwoord.
Lijst van illustratiën
Inleiding.
Plaatselijke goden.
Animisme.
Fetischisme en Totemisme.
Scheppingsmythen.
Het gezelschap der Goden.
De gods-idee der Egyptenaren.
Godheden in de teksten der Pyramiden.
Oudste begrafenissen.
De Pyramiden .
Pyramidenbouw.
Verloren gegane pyramiden.
Mummies.
Begrafenisoffers.
De Ka.
De Ba.
Onderzoekingen, geschiedenis en gebruiken.
Het Nijldal.
Oorsprong van het ras.
Onderzoekingen van Egypte.
Oudste onderzoekingen.
Plattegrond der steden.
Paleizen en heerenhuizen.
Levenswijze in Oud-Egypte.
Handel.
Wetboeken.
Wetenschappen.
De Landbouw.
Kleeding.
Priesterschappen, mysteries en tempels.
Priesterschappen.
Het priestercollege van Thebe.
Mysteriën.
De Grieksche mysteriën.
De Egyptische tempel.
Het heilige der heiligen.
De vereering van Osiris.
Osiris.
De Osiris-mythe.
Set, zijn vijand.
De tamarindeboom.
Isis’ smart.
Horus’ wraak.
Sir J. G. Frazer over Osiris.
Primitieve denkbeelden over de maan.
Osiris en de Persephone-mythe.
Een nieuwe theorie over Osiris.
Isis.
Isis als voorstelling van den wind.
Attributen van Isis.
Horus.
De droom van Thothmes.
Heru Behudeti.
De mythe van de gevleugelde schijf.
De slachting van de monsters.
Andere Horus legenden.
Het Zwarte Zwijn.
Set.
Set en de Ezel.
Anubis.
Thoth.
Thoth als Zielerechter.
Maāt.
Het Boek der Dooden.
Een oude ontdekking.
De Drie Recensies.
De Rietvelden.
Osiris’ Reis.
De Plaats der Straffen.
De Egyptische Hemel.
Het Leven der Gelukzaligen.
De groote goden.
Ra, de Zonnegod.
Rat.
Fusie der Mythen.
Ra en Osiris.
De Heilige Kever.
Amen.
De opkomende Macht van Amen.
Het Orakel van Juppiter-Ammon.
Mut, de Almoeder.
Ptah.
De Seker-boot.
Sekhmet.
De Zeven Wijzen.
Bast.
Het Feest van Bast.
Nefer-Tem.
I-em-hetep.
Khnemu.
De Legende over de Bron van den Nijl.
Satet.
Anqet.
Aten.
De vereering van een eenig god.
Een Sociale Omwenteling.
De Attributen van Aten.
Een Aten-hyme.
Hathor.
Hathor als Godin der Liefde.
De Menschenslachting.
Vormen van Hathor.
Hapi, de Nijlgod.
Tegenhangsters van Hapi.
Nut.
Taurt.
Hekt.
Khonsu.
De Prinses en de Demon.
Lagere Goden.
Egyptische literatuur.
Egyptische Taal en Egyptisch Schrift.
De Hieroglyphen .
Literatuur.
De Kat en de Jakhals.
Reisverhalen.
De Geschiedenis van Saneha.
De Geschiedenis van den Zeeman, die schipbreuk leed.
De Fabel van het Hoofd en de Maag.
De Berisping van Amasis.
Tooververhalen.
De scheiding van het Water.
De Profetie van Dedi.
Het Bezoek der Godinnen.
Lyriek en Volks-poëzie.
De ware Geschiedenis van Setne en zijn zoon Se-Osiris .
Se-Osiris.
Een Visioen van Amenti.
Het Lezen van den Verzegelden Brief.
De Inhoud van den Brief.
Tooverkunst tegenover Tooverkunst.
De Strijd in Betoovering.
Hoe Setnau de Assyriërs overwon.
De Boer en de Werkman.
Geschiedenis van de twee broeders.
Het verraad van Bitou’s Vrouw.
De vervloekte Prins.
Het Bezoek van Ounamounou aan de kust.
De Geschiedenis van Rhampsinites.
Burgeroorlog in Egypte. Het gestolen Harnas.
Oorlogsverschrikkingen.
Hulp van Pakrourou.
Het Schild wordt teruggegeven.
De geboorte van Hatshepsut.
Hoe Thoutii de stad Joppe nam.
De List.
Magie.
Oudheid der Egyptische magie.
De wandelende Geest.
Het bedwingen der Goden.
Krachtnamen.
De juiste uitspraak.
Een samenzwering van toovenaars.
Amuletten.
Tooverspreuken.
Brabbeltaal der tooverkunst.
Het verhaal van Setne.
Een Damspel met de Dooden.
Geneeskundige toovenarij.
Alchemie.
Gedaanteverwisseling.
Droomen.
Mummie-magie.
Vreemde goden en goden in diergestalte. De laatste periode.
Vreemde goden.
Aziatische goden.
Ashtoreth.
Semitische en Afrikaansche invloed.
Heilige Dieren.
De Apis.
Het Apis-orakel.
De Krokodil.
De Leeuw.
De Leeuw als Bewaker.
De Kat.
De Hond.
Het Nijlpaard.
Andere Dieren.
De Ibis.
Heilige boomen.
De Lotus.
Godsdienst van den lateren tijd.
Een godsdienstige reactie.
Dierenvereering.
Godsdienst gedurende de Perzische overheersching.
De Ptolemaeën-tijd.
Fusie van Grieksche en Egyptische ideeën.
De Legende van Serapis.
Een renaissance op het gebied der bouwkunst.
Veranderde opvatting over de onderwereld.
Godenschemering.
Egyptische kunst.
Het Schildermateriaal.
Het Nieuwe Rijk.
Invloed der Egyptische kunst.
Overblijfselen der kunst.
Egyptische kleurschakeeringen.
De groote eenvoud in de Egyptische kunst.
Register.
A.
B.
C.
D.
E.
F.
G.
I.
J.
K.
L.
M.
N.
O.
P.
Q.
R.
S.
T.
U.
V.
W.
X.
Y.
Z.
Uitgaven van W. J. Thieme & Cie te Zutphen
Voorwoord.
Inhoudsopgave
Na een stilzwijgen van ettelijke eeuwen zijn de monumenten der Egyptenaren weer tot ons gaan spreken. Vervulden zij vroeger den toeschouwer alleen met verbazing en ontzag voor het grootsche en schoone, dat ons werd overgeleverd, thans spreken zij door hun inmiddels ontcijferde opschriften luide tot ons.
De Steen van Rosette, na den tocht van Napoleon naar Europa overgebracht, bleek de sleutel van de geheimzinnige Egyptische taal te bevatten. Door een bloot toeval kon men een begin maken met de ontcijfering en zoo werd langzamerhand de geheele oude Egyptische beschaving voor ons ontsluierd.
Dat in onzen tijd de papyri, overal opgegraven, de Egyptische levenswijze en beschaving mede helpen bekend maken, is overbodig te vermelden, doch voor de oer-Egyptische beschaving zijn wij op de eigenlijke Egyptische monumenten aangewezen.
Deze beschaving in ruimeren kring bekend te maken is het doel van dit boek. Men zal bemerken, dat de schrijver op verschillende plaatsen getracht heeft, de Egyptische mythologie en godsdienstgeschiedenis in verband te brengen met die der onbeschaafde volken, voornamelijk met die der Maya uit Midden-Amerika. Zijn werk, dat handelt over Mexicaansche en Peruviaansche mythen, heeft hem hiervoor goede diensten bewezen.
Een van de moeilijkste problemen om op te lossen is nog steeds dat van de dierenvereering; hoe komt het bijvoorbeeld toch, dat in eenige streken van Egypte sommige dieren voor heilig gehouden werden, terwijl deze in andere deelen straffeloos gedood mochten worden. De heer Spence tracht deze moeilijke quaestie op te lossen, door haar in verband te brengen met het totemisme.
Doch de schrijver brengt ons ook met verschillende onderwerpen op gebied van mythologie, beschavingsgeschiedenis en godsdienstwetenschap in aanraking. Moge dit boek er toe bijdragen, voor de kennis van de aloude Egyptische beschaving in wijderen kring belangstelling te wekken.
De Bewerker.
De Bewerker.
Lijst van illustratiën
Inhoudsopgave
| Pag. | |
| De voorstelling van Ani aan Osiris Tegenover den titel. | |
| Het Egyptisch symbool voor de ziel | 6 |
| Hoofdingang van den tempel te Karnak | 14 |
| De Pyramiden bij Gizeh | 28 |
| Model van eene begrafenisboot. Begrafeniskruiken | 34 |
| Tempel van Horus bij Edfû | 42 |
| Voorstelling van het weiden van een groote kudde vee op een Egyptische hoeve | 52 |
| Rāhetep. Een Priester | 62 |
| Osiris | 72 |
| Osiris in de kist gelokt | 74 |
| Isis en de jonge prins | 76 |
| Het vertrek van Isis uit Byblos | 78 |
| Een altaar van Osiris | 84 |
| Isis | 88 |
| Gevleugelde Isis | 90 |
| Zuil van Horus | 94 |
| Strijd van Horus | 100 |
| Nephthys | 104 |
| Set | 108 |
| Anubis | 112 |
| Thoth en Maāt | 116 |
| Het wegen van het hart | 126 |
| Ra | 140 |
| Isis en Ra | 148 |
| Amen-Ra | 150 |
| Mut en Ptah | 156 |
| Sekhmet en Bast | 160 |
| Khnemu, I-em-hetep en Nefer-Tem | 162 |
| Aten | 168 |
| Hathor | 174 |
| Hapi | 182 |
| Taurt en Khonsu | 188 |
| Het meisje van Bekhten | 192 |
| De Godinnen als danseressen | 218 |
| Thoth en de oppertoovenaar | 234 |
| “Wie zijt gij?” | 242 |
| De schatkamer van Rhampsinites | 254 |
| Isis bezweert Ra haar zijn naam te zeggen | 276 |
| Amuletten van Hathor | 288 |
| Bes | 300 |
| Processie van den heiligen Stier | 306 |
| Sebek | 308 |
| Ramses II door een leeuw vergezeld | 312 |
| Mummies van katten | 324 |
| Het Kind Horus | 328 |
| Aanvoer van steenblokken voor de Pyramiden | 332 |
| Een hoofdsteunsel | 340 |
| Tempel van Isis te Philae | 346 |
Inleiding.
Inhoudsopgave
De verschillende groepen van geloof, welke tezamen den Egyptischen godsdienst hebben gevormd (indien er tenminste van één Egyptischen godsdienst sprake kan zijn), hebben gedurende eenige duizenden jaren dezelfde phases doorloopen, welke aan ieder, die zich met de bestudeering der vergelijkende mythologie heeft bezig gehouden, bekend zijn.
Indien wij in aanmerking nemen, dat de godgeleerden van het oude Egypte niet in staat zijn geweest, een pantheon der Egyptische godenleer te scheppen, waarin aan ieder god, of godin, een bepaalde invloedssfeer kon worden aangewezen, hetzij op wereldlijk, hetzij op geestelijk gebied, dan mag men toch zeker vragen, hoe een hedendaagsch beoefenaar der mythologie in staat zal zijn, in deze moeilijke en duistere problemen, welke de godenleer van het Oude Nijldal ons opgeeft, voldoende licht aan te brengen.
Het antwoord is echter gemakkelijk. De nieuwere wetenschap der vergelijkende godsdienstgeschiedenis breidt zich van jaar tot jaar meer uit en haar licht verspreidt zich, weliswaar langzaam, doch zeker, in de groote duisternis, welke de oude godsdienst omhult.
Laten wij dus bij het licht van deze tooverlamp (een zoo wondervolle is zelfs door een vervaardiger van Oostersche sprookjes niet uitgevonden) dwalen door de donkere pyramiden, door de koele schaduwen der tempelruïnes, ja, door het kronkelend labyrinth van den Egyptischen geest zelf, vertrouwende, dat wij door het licht, dat wij bij ons dragen, er in zullen slagen de raadselen van dit geheimzinnige land eenigermate op te lossen.
Een van de eerste gedachten, welke terstond bij ons oprijzen is, dat het verwondering zou baren, indien er bij een zoo groote menigte goden, die de Egyptische godsdienst aanwijst, geen verwarring ware ontstaan bij de aanduiding over hun oorspronkelijk wezen en hun eigenlijken aard.
Dat deze werkelijk bestond, bewijzen ons de overgeleverde teksten, welke een groote moeilijkheid opleveren om de juiste eigenschappen van bepaalde godheden te definieeren en hen tot één groep, of klasse, terug te brengen. De reden van deze verwarring behoeft men niet ver te zoeken. De goden van een bepaalde landstreek vermenigvulden zich op zulk een verbazingwekkende wijze, dat, terwijl wij in de teksten der eerste dynastieën slechts de namen van tweehonderd godheden ontmoeten, de latere Thebaansche herziening van het “Boek der Dooden” ongeveer vijfhonderd er bij voegt; hierbij moeten nog geteld worden ongeveer achthonderd namen van wezens, welke in de mythologie voorkomen.
Plaatselijke goden.
Inhoudsopgave
Een andere oorzaak, welke tot de verwarring aanleiding gaf was, dat in iedere groote stad van Boven- of Beneden-Egypte en hare omgeving de godsdienst een localen vorm aannam. Zoo kwam het, dat de groote goden van het land in iedere provincie onder een anderen naam bekend waren, hun ritus verschillend was en zelfs de sagen over hun oorsprong en hun komst een verschillende gedaante aannamen. Vele groote steden bezaten bovendien eigen, speciale goden en aan dezen legde men dikwijls de eigenschappen van een, of meer, der grootere en meer populaire godheden bij.
Het geloof van de stad, welke de koninklijke residentie vormde, werd de godsdienst par excellence van het geheele koninkrijk, haar tempel werd het Mekka van alle vrome Egyptenaren en haar god was de Juppiter van het Egyptisch pantheon.
Nu had men mogen verwachten, dat, toen Egypte één gemeenschappelijke cultuur, kunst en nationaliteit verkreeg, haar godsdienst eveneens, zooals dit bij andere volken is geschied, één van vorm en van eenvoudiger gedaante zou worden.
Dit resultaat is echter nooit bereikt. Juist de omgang met vreemden was voor de priesters en het volk een aansporing aan hun godsdienstig conservatisme vast te houden. Ja, men kan zelfs zeggen, dat het volk zich nog conservatiever heeft betoond, dan de priesters.
Veranderingen in de godsdienstpolitiek, verschil in uitlegging der heilige teksten kwamen somwijlen uit den boezem der verschillende priestercolleges voort, of ook wel de koning zelf, de bron van alle godsdiensten, verklaarde zich voor deze, of gene uitlegging.
Nimmer echter werd in de godsdienstige opvattingen, uit eerbied voor de publieke opinie, een verandering gebracht, of het was een teruggang tot een ouder type. Zoo zien wij het schouwspel, hoe verder wij in de dynastieën voortgaan, dat er van lieverlede een groote kloof ontstaat tusschen de priesters en het volk; de eersten vatten de godsdienst meer idealistisch op, de groote massa echter bleef evenzeer trouw aan den uiterlijken schijn der dingen, als aan het oude, voornamelijk omdat het oud was.
De evolutie van het geloof in het oude Egypte moet denzelfden loop hebben doorgemaakt als bij andere volken en iedere veronderstelling, welke dit op andere wijze tracht te verklaren, is reeds bij voorbaat bestemd verworpen te worden. In de laatste jaren zijn er verschillende werken door kundige Egyptologen uitgegeven, welke ten doel hebben een meer of minder uitgebreid overzicht over de Egyptische mythologie te geven en haar diepere beteekenis te ontvouwen.
De schrijvers van eenige dezer werken, hoeveel bewondering men ook voor hen moet koesteren als archaeologen, of als uitleggers der hieroglyphenteksten, zijn voor het meerendeel slechts in geringe mate tegen de moeilijkheden, welke de mythologie ons aanbiedt, opgewassen.
Om in deze moeilijke problemen eenig licht aan te brengen is een speciale oefening hierin een eerste vereischte en een algeheele vertrouwdheid met de verschijnselen van de oudere godsdiensten in het algemeen, in al haar verschillende vormen en gedaanten, is een volstrekte noodzakelijkheid.
In het werk b.v. van een buitenlandsch Egyptoloog van den eersten rang treedt een volslagen onbekendheid aangaande mythologische ontwikkeling aan den dag. Hij wil den Egyptischen godsdienst voorstellen, zooals deze toeschijnt aan iemand, die niets van de moderne godsdienstwetenschap afweet. Een ander zeer bekend Egyptoloog schrijft over het z.g. totemisme op de meest elementaire wijze en werpt de stelling op, dat een zoodanig stelsel nooit in het Nijldal heeft bestaan. Deze vragen echter zullen op de daarvoor bestemde plaatsen worden behandeld.
Om met de vormen van den lageren cultus te beginnen—vormen, welke hoogstwaarschijnlijk uit Afrikaansche bron stammen—het is zoo goed als zeker, dat de oudere Egyptische godsdienst tot aan den tijd der Hyksos bleef bestaan; na dezen tijd heeft men de officieele godsdienst van het land onder een of anderen vorm met de aanbidding der zon in verband gebracht; men heeft dus alle oorspronkelijke goden van het land op een bepaald tijdstip met de idee van één zonnegod òf samengesmolten òf vereenzelvigd.
De Egyptische godsdienst in het Midden- en Nieuwe Rijk was zoowel een vrucht van filosofische vinding, alsook van latere Grieksche mythe; voor zoover wij echter kunnen beoordeelen, was hij niet zoo kunstig en in alle deelen volmaakt. Immers terwijl wij in de teksten ontelbare toespelingen op bepaalde mythen vinden, komen de mythen zelf in de Egyptische literatuur zelden voor.
De voornaamste plaats, waar een Egyptische mythe voor ons is bewaard gebleven, is Plutarchus’ verhaal over Isis en Osiris, en dat is een niet zeer betrouwbaar zegsman. Men heeft nu vermoed, dat de mythen zoo algemeen onder het volk bekend waren, dat het een overbodig werk zou geweest zijn, dezen voor een zoo godsdienstig volk als het Egyptische op te schrijven.
Het is voorzeker een onherstelbaar verlies voor het nageslacht, dat dezen verloren zijn gegaan en daar wij een volledige kroniek van de daden der Egyptische goden missen, kunnen wij slechts het materiaal, dat de teksten en aanverwante voorwerpen ons geven, onderzoeken om hier en daar een brokstuk van het Egyptische godsdienstwezen op te diepen en zelfs, als men al deze stukken bijeenvoegt vertoont het geheel nog slechts een schijn van wezenlijkheid en bondigheid.